“Wat me niet doodt, maakt me sterker”

Deze pittige uitspraak stemt mij hoopvol.

Er zijn verschillende omstandigheden in het leven waarvoor bovenstaande zou kunnen gelden. Denk bijvoorbeeld aan confrontatie met beperkingen door ziekte of na een ongeval, het verlies van een dierbare, een scheiding, ontslag of andere ‘crisis’. Situaties waarin het leven anders loopt dan je gehoopt had. Als mens ga je op zo’n moment niet dood, maar het leven vraagt veel meer van je dan je onder ‘normale’ omstandigheden gewend bent. In zo’n situatie die als zwaar wordt ervaren, kan je als mens ook ervaren wat je in je mars hebt.

Wat mij opvalt wanneer ik iemand mag begeleiden in zo’n herstelproces is de kracht die aanwezig is tijdens een zware periode. Soms wordt deze kracht (nog) niet herkend, omdat deze zich in een andere vorm aandient, bijvoorbeeld als boosheid of frustratie, die dan vooral als lastig of zelfs destructief wordt ervaren. Als iemand in contact kan en durft te komen met zijn gevoelens, komt hij er mogelijk achter wat de betekenis van deze boosheid voor hem is. Het kan bijvoorbeeld pijn en/of verdriet zijn, die als het ware beschermd worden door het schild ‘boosheid’. Als het mogelijk is om ‘ruimte’ te scheppen, kunnen andere emoties en gevoelens vrij komen. Verdriet bijvoorbeeld is een natuurlijke ontlading als het leven ons teleurstelt, als onze wensen en verwachtingen niet uitkomen, als we iets moeten loslaten waaraan we gehecht zijn. In onze cultuur worden tranen echter nog te vaak bestempeld als kinderachtig of zwak. Zo leren we van jongs af aan verdriet te onderdrukken of trachten we mogelijke pijn te ontlopen. Dit kan resulteren in oppervlakkig geluk en gebrek aan vitaliteit. Pas als verdriet vrij mag stromen kan de helende catharsis plaatsvinden en kan door de reinigende werking de veerkracht van het leven hersteld worden. De kracht en energie die eerst nodig was om het verdriet en de pijn te onderdrukken, kunnen dan voor andere dingen ingezet worden.